Roots aan de Zaan folk concert - Steve Knightley

Steve Knightley

116. Vrijdag 8 mei 2026 stond Steve Knightley op het podium van Roots aan de Zaan. Al heel lang stond het iconische duo Show Of Hands, bestaande uit Steve Knightley en Phil Beer, hoog op onze verlanglijst. Peter Gabriel noemde Show Of Hands “one of the great English bands”.

Ooit, in 2005, bij het embryonische Roots aan de Zaan toen wij nog in Grolloo woonden, hebben we hen op het podium gehad. Echter, daarna – eenmaal terug in de Zaanstreek – is het wel gepoogd, maar kwam het er niet meer van. Inmiddels bestaat Show Of Hands (o.a. ook bekend van zes in folk-kringen legendarische optredens in de zelf afgehuurde Royal Albert Hall!) niet meer, en gingen Steve en Phil ieder hun eigen weg. En die weg brengt Steve Knightley dan eindelijk ook naar Roots aan de Zaan, maar nu als solist.

Dit nieuwe hoofdstuk van Knightley’s lange carrière werd ingeluid door zijn nieuwe album The Winter Yards. Met een reputatie voor beklijvende songs en boeiende verhalen is dit album een potente voortzetting van zijn invloedrijke nalatenschap in roots-muziek.

“The Winter Yards turns the page on the remarkable career of a ground-breaking singer, songwriter and musician who has invigorated the folk roots world for three decades” – Spiral Earth

Steve Knightley blijft een formidabele muzikale natuurkracht en laat een blijvende impact achter op het publiek over de hele wereld. Zijn passie voor muziek, kunst en geschiedenis heeft een opmerkelijke carrière gevormd, en zijn niet-aflatende toewijding positioneert hem, ook solo, als een veelgevraagd artiest voor de komende jaren.


Beeldmateriaal


Terugblik

Dit laatste concert van seizoen 2025/2026 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Door de jaren heen waagde ik wel eens een mail aan het (trachten te) boeken van Show of Hands, in de UK in de eredivisie van de Engelse folk. Het duo, bestaande uit Steve Knightley en Phil Beer, kwam medio jaren ’90 tot volle wasdom en bouwde een oeuvre op om U tegen te zeggen. In latere jaren werd Show Of Hands een trio (met Miranda Sykes, in 2022 trad zij bij Roots aan de Zaan op als lid van Daphne’s Flight), en bij gelegenheid bouwde het zich nog verder uit als collectief. Niettemin was de basis Steve & Phil, waarbij Steve de (meeste) songs schreef en het merendeel van de leadzang op zich nam. Iconisch waren de optredens, zo eens in de vijf jaar vanaf 1996, in de zelf afgehuurde en bomvolle Londense Royal Albert Hall.

Toen Renate en ik enige tijd in het Drentse Grolloo woonden en daar een handvol concerten organiseerden, hebben we Show Of Hands (als trio, met Miranda) op ons podium gehad, op 30 september 2005.
Maar gaandeweg werden ze eigenlijk financieel onbereikbaar, althans voor ons. Aan een top-act hing logischerwijze ook wel een top-gage die, de keren dat we wat poogden voor Roots aan de Zaan, nou net iets boven budget zat. Show of Hands eindigde zodoende in het bakje ‘onbereikbaar’, maar is inmiddels in ruste – niet ter ziele, naar ik begreep – Steve en Phil zijn voor nu ieder hun eigen weg gegaan, en die solo-routes leiden niet meer als vanzelfsprekend naar die Royal Albert Hall.

Zo werd toch in elk geval een helft van de basis van Show Of Hands weer bereikbaar, en toen Moon, Renate en ik die 8e mei met onze spulletjes voor De Wormerveerse Vermaning parkeerden (Piet en Erik hadden al opgebouwd), stapte Steve net uit zijn huurauto, iets vroeger dan voorzien. Hij kwam vanuit Velp, waar hij een huisconcert (!) had gegeven. Tot mijn verbazing herkende Steve me, en dan moet je het toch hebben over een joekel van een geheugen, want na Grolloo 2005 heb ik hem niet meer gezien. Maar in de jaren dat Show Of Hands best geregeld in Nederland optrad, heb ik ze vaak live meegemaakt: van Amstelveen tot Sneek, en van Sevenum tot Zwolle, en ook in Engeland hebben Renate en ik optredens bezocht – waaronder dus in de genoemde Albert Hall in de lente van 2001, een wel heel memorabel concert. Uiteindelijk speelden ze in september 2005 bij ons in (toen) Grolloo.

Ook dat herinnerde Steve zich. Zo was daar een wat eigenaardige uit de klei getrokken plaatselijke bezoeker, met een gek hoedje, die herhaaldelijk vroeg of men de evergreen Danny Boy wilde spelen: alleen, dat zat echt niet in Show Of Hands’ oeuvre. Het Hoedje – steevast nors, bijna kwaad kijkend – bood zelfs €50 als dit gespeeld zou worden, maar tijdens het concert kon dat logischerwijs niet. Echter, na het concert hing deze man nog even rond in de zaal, en plots doken Steve en Phil op. Met gitaar, én met Danny Boy, voor een klein publiek van concert-nazitters. En jazeker gaf het hoedje hen €50. Vlak daarna vroeg ik hem, of hij tevreden was nu zijn missie geslaagd was, maar het verrassende
antwoord was “nee. Ik haat Engels’n. Ik háát Engelse muziek”.

Okee!

Waarop hij me in vertrouwen nam en zei “weediewa jee moet doen. Je moet Duitse schlagerzangers boek’n. Dan hejje’n volle zaal. Mensen uut Grol koom’n hier niet”. Die volle bak hadden we bij Steve en Phil inderdaad niet, de zaal was met zo’n negentig bezoekers minder dan halfvol en het kan heel goed zijn dat het Hoedje inderdaad de enige plaatselijke bezoeker was: de rest kwam eigenlijk van ver. Waarmee de beste man nog gelijk had ook, hoewel de
kans dat ik dan maar schlagerzangers zou gaan boeken nogal klein was (ook nu). Het Hoedje had intussen begrepen, dat we aardig wat yoe hadden moeten leggen op dit concert (het was het één na laatste dat we in Grolloo organiseerden: Fairport Convention volgde nog niet lang daarna als finale. Ruim zeven jaar later was Roots aan de Zaan het vervolg, zij het niet meer in Drenthe) en zou ons geld toe gaan stoppen, zo verkondigde hij. Nou had hij al een paar biertjes op, dus dat werd met een flinke korrel zout genomen.
Alleen, de volgende dag stond hij – nors als altijd, én met datzelfde lollige hoedje – voor onze deur met een envelop
met enige honderden Euro’s. Verbouwereerd zei ik dat dat toch echt niet hoefde en dat schlageractiviteiten gewoon niet (althans niet door mij) geboekt gaan worden.
Een man van weinig woorden: hij vertrok weer. Enkele dagen later herhaalde het tafereel zich: weer een envelop met stevige inhoud. Daar bleef het bij, en gelukkig maar, wat ik ging me toch echt wat opgelaten voelen. Anderhalf jaar later lieten we Grolloo voorgoed achter ons.

In elk geval, Steve herinnerde zich het voorval met de norse Drent met zijn komische hoedje, sikkeneurige blik en kennelijke geldoverschot, en nee, hij had Danny Boy nu niet op zijn setlist staan. Hij was onder de indruk van onze zaal, en inderdaad voelt die tegenwoordig gevoelsmatig aan als waarschijnlijk de beste die we ooit hadden.
De soundcheck was in recordtempo gepiept waardoor we eigenlijk veel te veel tijd over hadden, maar er (bij uitzondering) meer dan genoeg ruimte was voor het diner: Renate’s turkse pasta.
Vantevoren was ook dit concert een probleemkind met heel matige kaartverkoop. Daar waar de vorige twee optredens in de weken voorafgaand een welkome soort-van run op kaarten meemaakten, bleef die nu uit, maar druppelgewijs kwam er toch steeds een reservering binnen – waardoor we uiteindelijk op een naar omstandigheden alleszins acceptabel aantal van rond de zeventig bezoekers uitkwamen: iemand met Steve Knightley’s status verdient uiteraard meer, maar zo liggen de kaarten hier nu eenmaal.

Ik had Steve verteld dat ik bezig ben met een boek over Roots aan de Zaan, en dat ik het eigenlijk Pissing In The Wind zou moeten noemen. Tegelijk is het ook de charme van deze concerten: je hebt soms in deze muziek gewoon namen van formaat, die – omdat ze hier eigenlijk per definitie nou eenmaal niet bepaald bekend zijn – een heel intiem optreden voor klein publiek doen (en ja, ook bij een volle bak hebben we het uiteindelijk over een ‘klein publiek’).

Inval-presentator Dick Tersteeg kondigde Steve aan, die startte met de oer-invloed van menigeen, Bob Dylan – en diens Girl From the North Country. Een recent album van Steve (waar dit op staat) is Positively Folk Street, waarop de invloeden van zowel Dylan als die andere grootheid Martin Carthy (die we, anders dan Bob, wél bij Roots aan de Zaan hebben gehad – tweemaal) centraal staan.

Diverse songs uit het wel heel rijke oeuvre van Show Of Hands kwamen voorbij, maar ook recenter werk als
het ironische What Could Possibly Go Wrong – in vijf minuten van de Titanic, via Stalingrad (en andere etappes) naar Epstein’s eiland, dat kan Steve gewoon.
Show Of Hands’ The Galway Farmer is een evergreen geworden en, zo verhaalde Steve, bij een recent optreden in het Ierse Sligo wist iemand te beweren dat dit geen Knightley-song was, maar een traditional – deze man zong het tenslotte zelf al jaren in pubs. Wellicht het beste compliment dat je kunt krijgen. Show of Hands presenteerde dit bij hun concerten als een opzwepend hoogtepunt, gedreven door Phil Beer’s fiddle, maar – contrastrijk – in Wormerveer zong Steve het acapella. En zo besef je dat hij toch een stevig pak klassiekers bij elkaar heeft geschreven, maar Steve doet net zo leuk covers, zoals bijvoorbeeld een fraaie Fisherman’s Blues van The Waterboys.

Na afloop vonden wij dat het wel aardig zou zijn om een foto na te bootsen, eentje van Steve met Renate en mij uit augustus 2000 (we hadden een klein halfjaar verkering), genomen op de zondagmiddag na het Cropredy Festival van Fairport Convention in het Engelse Oxfordshire.

In dezelfde volgorde, maar nu in Wormerveer, een ruime kwart eeuw jaar later en (bij mij) een aantal haren minder. Afgesproken dat we dit in 2052 dan nogmaals gaan doen.

Scroll naar boven